Onder leiding van manager Arrigo Sacchi domineerde AC Milan de Serie A en won de Scudetto met een revolutionaire, hoogpressende speelstijl. De selectie bestond uit legendes als Marco van Basten , Ruud Gullit , Frank Rijkaard en Franco Baresi , die aanvallende genialiteit combineerden met een ijzersterke defensie. Milan scoorde veel doelpunten en had tegelijkertijd een uitzonderlijk solide verdediging, wat Sacchi's tactische discipline en nadruk op teamcohesie weerspiegelde. In Europa bereikten ze de finale van de Europacup , waar ze als tweede eindigden achter Benfica. Het seizoen versterkte Milans reputatie als een baanbrekend team van wereldklasse, dat tactische innovatie combineerde met individueel talent, en legde de basis voor hun voortdurende dominantie in zowel het Italiaanse als het Europese voetbal.